![]() |
![]() |
| De werkelijkheid van de zazenhouding wordt soms slecht gevat door een aantal beoefenaars, zowel nieuwe als ouderen. Als ze niet wordt begrepen, onderwezen en beoefend op de juiste wijze, kunnen er zich moeilijkheden voordoen die het moeilijk, zelf onmogelijk maken om de praktijk te oefenen. De raadgevingen die de verantwoordelijken geven tijdens het onderricht of tijdens Zazen, moeten heel precies, klaar en juist zijn, daar ze worden vertaald in functie van het idee dat eenieder heeft van zijn lichaam ofwel vervalst door het beeld dat men denkt te hebben van de juiste houding. Maar zoals het oog zichzelf niet kan zien, is het onmogelijk om zijn eigen houding van buitenaf te zien.. men kan deze dan ook niet zelf verbeteren vanaf een concept of vanaf een ingebeeld schema.dit maakt de rol van de onderrichters des te belangrijker. De eenvoud en de waarheid van de houding komen voort uit duidelijke perceptie van de verticaliteit en van de lichamelijke mechanismen die zich voordoen (figuur l) het verlangen om een resultaat te bekomen of te bereiken, de houding staan tegen- over het intuïtieve begrijpen van deze waarheid. De zazenhouding is een houding zonder spanning waar alles een evenwicht- spel is. Het evenwicht is van naturel uit onstabiel. Het is Mujo, onbestendigheid, de eigenschap zich gedurig in vraag te stellen door zich te richten op het huidige ogenblik. Het verlies van dit zoeken naar evenwicht plaatst de houding in een lichamelijke strakheid, die zowel de geestelijke strengheid weerspiegelt en schept Niettegenstaande de zichtbare tegenspraak, is er geen enkele inspanning nodig om te blijven zitten (of te staan) omdat dit overeenkomt met en stabiel evenwicht Onbeweeglijk blijven in deze toestand betekent steeds de aandacht behouden om het lichaam in evenwicht te houden, naar de tien richt- ingen, zonder in één van deze richtingen te blijven(dit in een volledige overgave) zegt Meester Dogen. Shikantaza: eenvoudigweg zitten, eist geen grote kennis van de anatomie, maar moet het lichamelijke mechanisme respecteren zoals deze door de natuur zelf is gegeven. In het eenvoudigweg zitten, is er niets anders te doen dan te blijven in de normale toestand van het lichaam, in een juist evenwicht tussen de spanning en de ontspanning. Tussen het doen en het niet-doen. Een meer innerlijke kennis van het lichaam zal het beoefenen van Zazen voor velen gemakkelijke maken. Het is onmogelijk om alle mechanismen van de gewone houding te beschrijven, maar elkeen zal volgens zijn behoefte enkele principes die uitgelegd worden betreffende het bekken en de wervelkolom begrijpen. Het bekken: De basisstelling is; de volledige houding hangt af van de positie van het bekken!Daar waar het zwaartepunt van het lichaam zich bevindt Het is onontbeerlijk te begrijpen dat in de zithouding het bekken het oprichten van de wervelkolom zonder spanning mogelijk maakt, welke het hoofd automatisch in een juiste houding brengt. Vanwaar het eerste belang van een voldoende hoge of dikke zafu (kussen) te gebruiken, aangepast aan ieder individu. (laat geen enkel beginneling met zen starten zonder dit punt met hem te bestuderen). Het is de onderzijde van het bekken, de zitbeenderen, die men ook de billenbeenderen noemt, dat in contact is met de zafu.het middelpunt tussen de twee zitbeenderen (waar zich achteraan de anus bevindt en vooraan de geslachtsorganen) is het punt vanwaar zich de verticale as van de houding bevindt die door het uiterste punt van de schedel gaat dit is ook het punt van de driehoek waarvan de twee andere punten de contact- punten kan de knieën zijn met de grond. |
![]() |
K:knie B:billen T:top v/d schedel G:geslachtsorgaan |
| Het is in functie van deze driehoek dat het bekken zich stabiliseert en zich de verticale as van de houding vormt zoals de steun op de zitbeenderen zich verplaatsen, om de één of andere reden, voor of achter het evenwichtspunt, zal de rug ofwel rond zetten en zal de kin naar voren komen, ofwel zal de wervelkolom overdreven strak staan (te grote welving ter hoogte van de lumbale wervels), de thorax geblokkeerd en de nek stijf Onbeweeglijk blijven in de één of andere houding zal een pijn in de rug veroorzaken die zich tamelijk vlug zal manifesteren. Tussen deze twee posities is er de middelste houding. Het principe van de onderlinge onafhankelijkheid is de tweede stelling die slaat op alle elementen van het geraamte en de spieren. Deze bepaalt vanaf het bekkencentrum alle evenwichtstoestanden, spanningen en ontspanningen die de houding bepalen. De juiste spanning (of de ontspanning) van de wervelkolom, de juiste positie van het hoofd hangen enkel af van de juiste positie van het bekken (die,laten we het nog eens herhalen; hoofdzakelijk afhangt van de hoogte van de zafu) als me het hoofd juist plaatst zonder rekening te houden met de hoge van de zafu dan lossen we het probleem niet aan de bron op. Alvorens een bepaalde verbetering te doen, moet men zien of begrijpen waar zich de oorzaak bevindt van hetgeen fout lijkt. Soms in het aangeraden niet te verbeteren vooral voor iemand die slechts sinds weinig tijd beoefent Soms is het zo dat bepaalde fouten gaandeweg oplossen dankzij een beter begrip van de verticaliteit en ze eisen niet systematisch een tussenkomst. De wervelkolom: Het is een beenderige beweeglijke stengel bestaande uit 7 nekwervels, 12 ruggenwervels, 5 lendenwervels. Van het heiligbeen (middenbeen van het bekken) en van het sluitbeen. Het geheel van deze wervels vormen een serie bogen die variëren van individu tot individu en die gevormd worden door houdingen en gewoontes.Het komt soms tot onherroepelijke misvormingen waarmede men dient rekening te houden in het verbeteren van de houding. In de optimale positie zijn de wervels op mekaar gestapeld zoals een stapel kubussen. Ze zijn gescheiden door een tussenwervelschijf voorzien van een kern, de nucleus, een soort knikker gevuld met gelatineachtige vloeistof in de wervelschijf en de nucleus vormen een schokdemper die gemaakt is om de maximum druk op te vangen van de wervels.De wervels zijn verbonden door een geheel van doorlopende en niet doorlopende ligamenten die de gewrichten onder elkaar samenhouden. Ze hebben een passieve functie en zijn niet uitrekbaar. De bewegelijkheid van de wervels wordt verzekerd door een geheel van voor, achter en zij spieren die de buiging, rekking en wringen van de wervelkolom mogelijk maken in zithouding, wanneer het bekken op de juiste wijze zit op de voldoende hoge zafu, komt de speling van het hele wervelspierstelsel op zijn plaats volgens de wet van de minste inspanning, waardoor er een evenwichtshouding ontstaat zonder spanning dewelke men de wervelkolom ontspant naar de hemel toe, in de verticale zin. De wervels worden niet meer samengeperst of aangezet door het ruggenmergkanaal zonder in een spanningspeil te blijven haperen. Voor een normaal gebouw individu, hoeft men geen speciale inspanning te doen om de wervelkolom in een optimaal evenwicht te houden. Alleen zeer kleine bewegingen van de tussenwervel spieren volstaan om het evenwicht te behouden zonder spanningen te doen ontstaan. Men moet niet de houding willen, men moet zich overgeven aan de houding. Afhankelijk van de individuen veranderen de houdingen t.o.v. de evenwichtstoestand tot de twee uitersten, namelijk de gebogen rug en de holle rug. |
![]() |
| De gebogen rug: (fig. 3) De oorzaken hiervan kunnen veelvuldig zijn: onbekwaamheid om het bekken te schommelen door de spierbouw of stijve benen of te gesierde benen, een mechanisch probleem, een te platte zafu Het gewicht van het lichaam rust op de zitbeenderen. Het hoofd zal naar voren vallen door de onderlinge afhankelijkheid van de wervels. Alleen de nek draagt het gewicht van het hoofd welke een spanning veroorzaakt in de bovenzijde van de rug. In deze gebogen houding wordt de rompholte bijeengeperst en vermindert de ademhaling. De wervels worden in een houding gehouden tijdens de duur van de meditatie die zowel de tussenwervelschijf belast Er ontstaat een onevenwicht tussen de voor, achter, linker en rechter spieren. De ligamenten van de achterste spieren komt in chronische spanning. De tussenwervelschijf wordt aar voren geduwd en puilt uit naar achteren welke de zenuwen klemmen die zich in het wervelkanaal bevinden (in het bijzonder de ischias zenuw) waarvan de wortels uitkomen in de lenden, het gevolg daarvan van chronische spanningen kan op middelmatige tijdspanne een lokale of een algemene ontsteking veroorzaken, een wervelschijfbreuk (hernia) of ander euvel die het beoefenen vroeg of laat moeilijk of zelfs onmogelijk maken. Om een gebogen rug te verbeteren dient men enkel bij het bekken in te grijpen, door het bekken naar voor te duwen met een druk op het heiligbeen. Men kan eveneens verhelpen door het bekken hoger te brengen door een dikkere zafu te gebruiken en door de spanning van de benen te verminderen door een steun te brengen onder één of beide knieën. Andere middelen kunnen nog worden aangewend, doordat elke houding verschillend is. |
![]() |
| Holle rug: (fig. 4) Bij een holle rug is er een onbegrip van evenwichtsgevoel van ontspanning en angst om zich over te geven. De beoefenaar die zich forceert heeft het verlangen om een goede houding te bekomen of iets te bereiken. Het bekken hel teveel naar voor (zie fig. 5: overdreven vooroverhelling, zitbeen in 3de positie) de overdreven holte zal de spieren spannen als koorden, de voorste ligamenten worden eveneens gespannen, de wervelschijven worden langs de achterzijde geplet en worden naar voor geduwd fig. 7) de romp zal zo worden geblokkeerd, militaire geef acht houding, de natuurlijke ademhaling zal eveneens worden afgeremd. Het hoofd zal dan normaal naar achteren worden geduwd en de kin naar voren. Om de houding te verbeteren zal men de beoefenaar vragen zijn kin naar binnen te brengen wat dan een nieuwe overdreven spanning teweeg brengt in de hals maar vooral in de nek. Men ziet eveneens een dubbele kin verschijnen. zoals in het geval van de gebogen rug zal de holle rug de ligamenten, de spieren en de wervelschijven belasten waarvan de gevolgen veelvuldig zijn (vermoeidheid, ontstekingen, mechanische stoornissen enz...) en de beoefenaar zal zich verwijderen van de goede oefening. Om deze erg gespannen houding te verbeteren is het ideaal het bekken naar achteren te brengen maar dit is niet gemakkelijk om dit tijdens Zazen te doen.men kan beter met de hand op het borstbeen duwen de spanningen in de borststreek verminderen en de lendenkromming lossen. Zulke verbetering is soms moeilijk aannemelijk daar diegene die deze aanneemt de indruk heeft in een slappe houding te komen, namelijk een houding die hij niet herkent. Verbetering wordt beter aanvaard indien ze besproken wordt na de Zazen. Men kan de Kyosaku tegen de rug gebruiken (geplaatst recht achter de schedel) en aan de beoefenaar vragen zich langs de stok te ontspannen en de spanningen in de wervelkolom en de lenden weg te werken. Indien nodig kan men zelf de fout tonen door zelf zijn houding aan te nemen zodat hij het zelf kan zien. Zonder evenwel te vergeten de hoogte van de zafu aan te passen. Op een gemakkelijke manier besluiten is onmogelijk: Iedere beoefenaar zal tijdens zijn beoefening moeilijkheden ondervinden die hem eigen zijn. Er bestaat geen standaard correctie. De correcties moeten de onderrichters gemaakt of voorgesteld worden in een geest van medegevoel, van zachtheid en een werkelijke zin van begrip voor de lichamelijke werking. Alle verbeteringen hebben ergens hun weerslag al zijn ze onderling afhankelijk. Er moet dus aan de basis worden gehandeld en mogen geen andere moeilijkheden veroorzaak worden door een gebrek aan onderscheid. Als men niet weet vanwaar de fout komt is het beter deze niet te verbeteren. Als men bepaalde correctie niet begrijpt moet men niet nalaten vragen te stellen aan de verantwoordelijke. De oorzaken van de meeste fouten spruiten voort uit de houding van het bekken, het centrum van de houding. Wanneer men van goede houding van het bekken uitgaat dan zal de rest geleidelijk aan verbeteren. Door geduld en een sterk geloof kan men verregaande misvormingen van de wervelkolom verbeteren. Wat de plaatsing van de benen betreft zou het te lang duren om hiervan de verschillende aspecten te bekijken. Er is de lotushouding, de halve lotushouding en de kwart lotushouding. Bij de start van de praktijk lijkt dit een reële moeilijkheid voor velen. Het belangrijkste is van ervoor te zorgen dat de rug zonder moeite recht blijft. Diegenen die moeilijkheden ondervinden met de benen moeten hier eveneens begrijpen dat er verschillende mechanismen zijn, de stijfheid van de beenspieren, van de heupen en hoe de werkomstandigheden, voeding, gedragingen, sport enz... kunnen spelen. Bestudeer, heb geduld, observeer, tracht het lichaam te zien vanaf de bron van het bewustzijn en niet door het beperkte aanvoelen van een ego die moeite doet en lijdt. Eveneens zou iemand die zichzelf zoekt te verbeteren niet mogen vechten tegen zijn fouten of tekortkomingen, ze links laten liggen of ze met geweld willen overwinnen. In tegendeel zou hij er gebruik van moeten maken om zijn eigen verbeteringen te richten. Soms door een fout te maken kan men beter begrijpen. Bij iedere Zazen vormt zich de houding, door aandachtig te zijn voor hetgeen zich afspeelt in het lichaam, door vanaf het innerlijke de dynamiek te trachten te begrijpen.Gedurende de hele praktijk moet men zichzelf in vraag stellen, aanvaarden om gestoord t worden, zichzelf bestuderen. meester Deshimaru sprak van: fris blijven, niet worden als vervlogen bier. Op zichzelf is het lichaam niet zo belangrijk. Het is kortstondig en onderhevig aan de wetten van vergankelijkheid maar de Boeddha maakt er gebruik van om in deze wereld zichtbaar te zijn. Dit is de reden waarom deze voorlopige woonst moet onderhouden worden, gerespecteerd en gebruikt om de praktijk van de Weg te beoefenen. Het is de houding dat eenieder zijn eigen geest ziet en dat onze oorspronkelijke waarheid zich openbaart. wanneer lichaam en geest één eenheid vormen is in één enkel moment de eeuwigheid in eenvoudige houding aanwezig bron: Guy Mercier |